Museummaterieel

Er is in Nederland nog een vrij groot aantal autobussen uit het verleden aanwezig, al dan niet in rijdbare toestand..
Voor het beheer en onderhoud van oudgediende Arnhemse trolleybussen is in 2018 de Stichting Trolleymaterieel Arnhem opgericht. Het in goede staat brengen van de bussen en ze goed stallen is het belangrijkste doel. Nadat ze rijvaardig zijn gemaakt, kunnen de bussen worden ingezet bij evenementen op het gebied van historisch vervoer en sommige bussen kunnen ook worden gehuurd, bijvoorbeeld voor trouwritten en bedrijfsuitstapjes.

De STA werkt zonder exploitatiesubsidies en vanaf haar oprichting in 2018 draait de STA volledig op de inzet van vrijwilligers. Naast deze vrijwilligers kent de STA ook donateurs: particulieren en bedrijven, die met een jaarlijkse bijdrage het werk van onze stichting mogelijk maken.

Arnhemse museumbussen eigendom van de Stichting Trolleymaterieel Arnhem

Trolleybus 139 (serie 137-143)

BUT 9721T-EEC/Verheul, bouwjaar 1956 – 37 zit- en 43 staanplaatsen

Chassisnummer: 9721T.055 – kentekens: ZZ-00-93 > XB-08-22 (1963)

In dienst: 17-2-1956 – uit dienst: 1-3-1975

Omdat na frequentieverhogingen op de trolleylijnen in de eerste helft van de jaren 50 het aantal van 36 trolleys aan de krappe kant was, werden er 7 bijbesteld. Deze kwamen tussen 12 januari en 21 juni 1956 in dienst. Ze werden gebouwd op hetzelfde chassis en met dezelfde elektrische installatie als de eerste 36 trolleybussen (serie 101-136), maar hadden een modernere Verheul carrosserie met de karakteristieke “knikruit”. Onder andere Amsterdam, Den Haag en Utrecht hadden ook stadsbussen van dit model. In tegenstelling tot de 101-136 die vier langs banken hadden – twee in het voorste en twee in het achterste deel – bevonden er zich bij de 137-143 alleen nog twee in het achterste deel. Na de indienststelling van deze serie kon op 2 juni 1957 trolleylijn 7 op de route Bronbeeklaan – Station – Oranjestraat als versterkingslijn voor lijn 1 in dienst worden gesteld.

In tegenstelling tot de serie 101-136 werd aan de trolleys van de serie 137-143 weinig gewijzigd en reden zij  jarenlang rustig hun kilometers. De 141 werd in oktober 1969 afgevoerd na een aanrijding op de Rijnbrug. In 1973 kregen de 138 en 140 nog een revisie, waarbij ze werden voorzien van grote achterlichten in plaats van de aluminium kastjes met de 3 lichten. Ook werd het blauwe gedeelte overgespoten. Dit laatste gebeurde in 1974 ook bij de 137, 139, 142 en 143. Hierbij werden de trolleys voorzien van de tekst “gemeente arnhem” in witte letters samen met het nieuwe gestileerde gemeentewapen. Ook de nummers werden in wit uitgevoerd.

De resterende 6 trolleys van deze serie gingen in maart/april 1975 (138, 139, 140, 143) en augustus 1976 (137, 142) buiten dienst en werden, behalve de 139, in 1976/77 naar een sloper afgevoerd. De 139 werd geschonken aan het Nederlands Spoorweg Museum in Utrecht en werd op 31 augustus 1976 daarheen vervoerd.

Op 19 augustus 1993 keerde de bus terug naar Arnhem en werd op diverse plaatsen gestald in afwachting van eventuele restauratie. Technisch onderzoek heeft uitgewezen dat het chassis, met name het achterste deel, in slechte staat verkeert zodat een restauratie in rijvaardige staat een zeer dure aangelegenheid zou worden.

Op 13 juni 2001 werd de 139 eigendom van de SVA en op 21 juni 2018 van de STA. Eind mei 2018 ging de 139 in bruikleen naar het Nationaal Bus Museum in Hoogezand waar de bus optisch wordt opgeknapt.

Trolleybus 128, ex 174 (serie 126-130, ex 172-176)

DAF MB200DKDL600-Kiepe/Den Oudsten, bouwjaar 1974 – 39 zit- en 53 staanplaatsen

Chassisnummer: 120463 – kenteken: 53-45-FB

In dienst: 18-3-1975 – uit dienst: 1-6-1990

Vooruitlopend op een beslissing over de toekomst van de trolley, die in 1975 ten gunste van de trolley uitviel, gaf de Arnhemse gemeenteraad in de zomer van 1973 aan het GVA toestemming voor de aankoop van 5 trolleybussen. Deze waren hard nodig, het wagenpark bestond in 1973 nog maar uit 24 trolleybussen waardoor er op de trolleylijnen regelmatig ook dieselbussen werden ingezet. Nadat de fabriek van Verheul, die tot dan toe de meeste GVA bussen had geleverd, na een brand op 9 december 1970 niet meer bestond, waren er door het GVA in 1971 en 1972 veertien DAF MB200/Den Oudsten dieselbussen aangekocht. In het kader van standaardisatie was het logisch dat er voor de trolleybussen ook voor dit type bus werd gekozen. Een nieuwigheidje waren de accu’s die het mogelijk maakten om een stukje los van de bovenleiding te rijden, zij het met zeer geringe snelheid. De DAF’s waren de laatste trolleys die werden afgeleverd in de donkerblauwe/crème kleur. Het interieur met de bruine wandplaten en de met rood kunstleer beklede stoelen had grote gelijkenis met dat van de streekbussen van dit model.

De 167 was te zien op de “Bedrijfsauto RAI”, die van 7 t/m 16 februari 1974 in Amsterdam werd gehouden. Eind februari werden de 167-171 afgeleverd aan het GVA, waarna ze tussen 18 april en 21 juni 1974 in dienst kwamen. Inmiddels was er een tweede serie van 5 besteld. Deze vijf werden in oktober 1974 in Arnhem afgeleverd, zonder elektrische installaties. Deze werden pas in december door Kiepe geleverd, waarna met de inbouw kon worden begonnen. De 172-176 kwamen tussen 20 februari en 14 mei 1975 in dienst. De DAF’s waren voorzien van gereviseerde EEC motoren, afkomstig uit afgevoerde BUT trolleys. Problemen met de aandrijflijn die de bussen in het begin hadden, werden in 1976 verholpen door DAF dealer Moll aan de Velperweg in Arnhem.

Tussen april 1981 en juni 1982 kregen de DAF’s een grote revisie waarbij ze in de nieuwe lichtblauwe/donkerblauwe GVA kleuren werden geschilderd. Tevens werden ter vervanging van de retrievers de stroomafnemers voorzien van luchtcilinders die deze bij ontsporingen naar beneden drukken, een systeem dat nog steeds wordt toegepast. Ook werden de stroomafnemers, die (evenals bij de voorgaande series) rechtstreeks op het dak waren bevestigd, op een plateau geplaatst. Bij de 173, die als proefwagen werd gebruikt, waren deze wijzigingen al in 1978 aangebracht – dit was ook de eerste bus in de nieuwe GVA huisstijl.

Omdat besloten was de 10 B79-trolley’s die begin 1987 in dienst kwamen de nummers 162-171 te geven (aansluitend op de serie 143-161), moesten de DAF’s worden vernummerd. Begin maart 1986 kregen de 167-176 op volgorde de nummers 121-130.

In 1990 werden de 125 en 127 afgevoerd terwijl de 129 in dat jaar werd beschilderd door Herman Brood en de naam “Broodbus” kreeg. Voor de 128 was een toekomst als museumbus weggelegd. Deze bus ging op 10 oktober 1990 naar het Museum Lammers Collectie te Glanerbrug. De resterende 6 stuks gingen in 1993 uit dienst en werden in 1996 geëxporteerd naar Perm in Rusland. De 128 verhuisde in 1992 naar het nieuwe DAF Museum in Eindhoven. Begin 1999 ging de trolley naar een opslagterrein te Geldrop. Het DAF Museum wilde de bus kwijt, hetgeen resulteerde in een terugkeer naar Arnhem op 15 mei 1999. Korte tijd later werd de bus eigendom van de SVA en op 21 juni 2018 van de STA.

 

Trolleybus 0158, ex 158 (serie 0143-0161, ex 143-161)

Den Oudsten B79T-KM560-Kiepe, bouwjaar 1984 – 34 zit- en 44 staanplaatsen

Chassisnummer: 57*OK-791-0116* – kenteken: BJ-03-YG

In dienst: 16-8-1984 – uit dienst: 11-6-2002

Vooruitlopend op een beslissing over de toekomst van de trolley, die in 1975 ten gunste van de trolley uitviel, gaf de Arnhemse gemeenteraad in de zomer van 1973 aan het GVA toestemming voor de aankoop van 5 trolleybussen. Deze waren hard nodig, het wagenpark bestond in 1973 nog maar uit 24 trolleybussen waardoor er op de trolleylijnen regelmatig ook dieselbussen werden ingezet. Nadat de fabriek van Verheul, die tot dan toe de meeste GVA bussen had geleverd, na een brand op 9 december 1970 niet meer bestond, waren er door het GVA in 1971 en 1972 veertien DAF MB200/Den Oudsten dieselbussen aangekocht. In het kader van standaardisatie was het logisch dat er voor de trolleybussen ook voor dit type bus werd gekozen. Een nieuwigheidje waren de accu’s die het mogelijk maakten om een stukje los van de bovenleiding te rijden, zij het met zeer geringe snelheid. De DAF’s waren de laatste trolleys die werden afgeleverd in de donkerblauwe/crème kleur. Het interieur met de bruine wandplaten en de met rood kunstleer beklede stoelen had grote gelijkenis met dat van de streekbussen van dit model.

De 167 was te zien op de “Bedrijfsauto RAI”, die van 7 t/m 16 februari 1974 in Amsterdam werd gehouden. Eind februari werden de 167-171 afgeleverd aan het GVA, waarna ze tussen 18 april en 21 juni 1974 in dienst kwamen. Inmiddels was er een tweede serie van 5 besteld. Deze vijf werden in oktober 1974 in Arnhem afgeleverd, zonder elektrische installaties. Deze werden pas in december door Kiepe geleverd, waarna met de inbouw kon worden begonnen. De 172-176 kwamen tussen 20 februari en 14 mei 1975 in dienst. De DAF’s waren voorzien van gereviseerde EEC motoren, afkomstig uit afgevoerde BUT trolleys. Problemen met de aandrijflijn die de bussen in het begin hadden, werden in 1976 verholpen door DAF dealer Moll aan de Velperweg in Arnhem.

Tussen april 1981 en juni 1982 kregen de DAF’s een grote revisie waarbij ze in de nieuwe lichtblauwe/donkerblauwe GVA kleuren werden geschilderd. Tevens werden ter vervanging van de retrievers de stroomafnemers voorzien van luchtcilinders die deze bij ontsporingen naar beneden drukken, een systeem dat nog steeds wordt toegepast. Ook werden de stroomafnemers, die (evenals bij de voorgaande series) rechtstreeks op het dak waren bevestigd, op een plateau geplaatst. Bij de 173, die als proefwagen werd gebruikt, waren deze wijzigingen al in 1978 aangebracht – dit was ook de eerste bus in de nieuwe GVA huisstijl.

Omdat besloten was de 10 B79-trolley’s die begin 1987 in dienst kwamen de nummers 162-171 te geven (aansluitend op de serie 143-161), moesten de DAF’s worden vernummerd. Begin maart 1986 kregen de 167-176 op volgorde de nummers 121-130.

In 1990 werden de 125 en 127 afgevoerd terwijl de 129 in dat jaar werd beschilderd door Herman Brood en de naam “Broodbus” kreeg. Voor de 128 was een toekomst als museumbus weggelegd. Deze bus ging op 10 oktober 1990 naar het Museum Lammers Collectie te Glanerbrug. De resterende 6 stuks gingen in 1993 uit dienst en werden in 1996 geëxporteerd naar Perm in Rusland. De 128 verhuisde in 1992 naar het nieuwe DAF Museum in Eindhoven. Begin 1999 ging de trolley naar een opslagterrein te Geldrop. Het DAF Museum wilde de bus kwijt, hetgeen resulteerde in een terugkeer naar Arnhem op 15 mei 1999. Korte tijd later werd de bus eigendom van de SVA en op 21 juni 2018 van de STA.

 

Trolleybus 5180, ex 0180, ex 180 (serie 5172-5182, ex 0172-0182, ex 172-182)

Volvo B10M-58-E-Kiepe/Den Oudsten, bouwjaar 1990 – 36 zit- en 45 staanplaatsen

Chassisnummer: YV31MXX14LA023865 – kenteken: VH-47-PH

In dienst: 10-7-1990 – uit dienst: 23-11-2012

Ter vervanging van de DAF/Den Oudsten trolleybussen 121-130 uit 1974 bestelde het GVA in 1989 bij Den Oudsten 10 trolleybussen op een Volvo chassis met een elektrische installatie van Kiepe. Nadat B79-trolley 157 in mei 1989 als gevolg van brandschade was afgevoerd, werd de bestelling met een elfde trolley uitgebreid. De Garbe Lahmeyer elektromotor van de 157 was nog bruikbaar en werd in een van de Volvo’s geplaatst. In juni en juli 1990 kwamen de Volvo trolleys met de wagenparknummers 172-182 in dienst. Het waren de laatste trolleybussen met een hoge vloer.

Al sinds het midden van de jaren 50 werden er door het GVA diesel- en trolleybussen gekocht van hetzelfde merk en type zodat er minder onderdelenreserve aanwezig hoefde te zijn. Zodoende kwamen er in de jaren 1989 t/m 1992 ook 45 Volvo/Den Oudsten dieselbussen, waarvan 7 gelede, in dienst.

De F&G elektromotoren van 10 van de 11 trolleys leverden vanaf het begin problemen op. De acceleratie was matig en ook waren er problemen met de inwendige weerstand bij ongunstige weersomstandigheden. Ook na reparatie bleven er problemen en eind 1995 werden deze elektromotoren door exemplaren van Skoda vervangen. Deze voldeden wel goed.

Ook de Volvo trolleys gingen in mei 1993 van het GVA over naar de GVM, in januari 1997 naar Oostnet en in mei 1999 naar Connexxion. In juni 1997 werden ook zij vernummerd door een 0 voor het bestaande wagenparknummer te plaatsen. In oktober 2007 werden de 0172-0182 in verband met het nieuwe Infoxx systeem nogmaals vernummerd, de 0 werd vervangen door een 5.

Na aflevering van 9 gelede Hess trolleys in het laatste kwartaal van 2009 werden negen van de elf Volvo trolleys buiten dienst gesteld. Vijf stuks werden in 2012 en 2013 geëxporteerd naar het trolleybedrijf van Chernivtsi in de Oekraine. Alleen de 5177 en 5180 bleven – als laatste niet gelede trolleys – nog even rijden, voornamelijk op de rustige lijn 2. Na bijna 22½ jaar in dienst te zijn geweest en rond de 1,1 miljoen kilometer te hebben gereden, werden beide trolleys eind november 2012 buiten dienst gesteld en gingen zij op 12 maart 2013 naar de SVA. Op 21 juni 2018 werden de trolleys eigendom van de STA. De 5177 werd plukwagen.

 

Dieselbus 3361, ex 61 (serie 3359-3363+1364-1368, ex 59-68)

Volvo B10M-58/Den Oudsten B88, bouwjaar 1989 – 36 zit- en 51 staanplaatsen

Chassisnummer: YV31MGC13KA022188, kenteken: VF-15-XH

In dienst: 10-11-1989 – uit dienst: 1-2014

Dit is de enige niet trolleybus in de collectie van de STA.

Na de slechte ervaringen met de B79 dieselbussen van Den Oudsten – de trolleys voldeden veel beter – werd besloten om voor vervangende bussen met Volvo als chassisleverancier in zee te gaan en Den Oudsten de carrosserieën te laten bouwen. In de jaren 1989 tot en met 1992 kwamen er 38 Volvo’s in normale uitvoering (12 meter lang) en 7 in gelede uitvoering (18 meter lang) in dienst. Tevens kwamen er in 1990 elf Volvo trolleybussen (zie verder bij museumtrolleybus 5180). Het was de laatste bestelling van bussen door het Gemeente Vervoerbedrijf Arnhem dat immers in mei 1993 met de GSM fuseerde tot GVM. Na de fusie met de TET tot Oostnet in 1997 kregen de bussen nummers van 4 cijfers in plaats van 2 waarbij bij de meeste dieselbussen het vroegere wagenparknummer aan de laatste 2 cijfers te herkennen was. De Volvo’s voldeden goed.

In de jaren 2004 en 2005 gingen de meeste buiten dienst. De 3361 werd  begin 2004 uitverkoren om omgebouwd te worden tot ontijzelingswagen als opvolger van de in 1988 omgebouwde DAF MB200 dieselbus 70 die het dienstnummer 7 had gekregen. Tot begin 2015 werd de 3361 ’s winters gebruikt om, indien nodig, de trolleybovenleidingen van ijs en rijp te ontdoen. Een paar maanden later ging de in 2008 in 3025 omgenummerde bus naar de SVA en op 21 juni 2018 naar de STA. Kort daarna werd begonnen met de terugbouw naar een voor personenvervoer geschikte bus.

Overig Arnhems museummaterieel

Trolleybus 101 (serie 101-136)

BUT 9721T-EEC/Verheul, bouwjaar 1949 – 37 zit- en 33 staanplaatsen

Chassisnummer: 9721T.005 – Kentekens: ZZ-00-01 (1951) > XB-07-84 (1963) > BJ-10-PS (1984) > BE-00-64 (1989)

In dienst: 5-9-1949 – uit dienst: 25-6-1972

Eigendom: Connexxion

Tijdens de Slag om Arnhem in september 1944 werden de tramremise, de meeste trams en grote delen van de infrastructuur vernield. Het openbaar vervoer kwam vanaf oktober 1945 weer op gang met noodbussen. In juli 1946 werd door de gemeenteraad besloten de trams niet te laten terugkeren maar te vervangen door trolleybussen op drukke lijnen en autobussen op minder drukke lijnen. De Zwitserse firma Kummler & Matter begon in november 1948 met de aanleg van de bovenleiding.

Er werden 36 trolleybussen besteld. De carrosserieën werden door Verheul in Waddinxveen gebouwd op chassis van British United Traction (BUT). Dit was de gezamenlijke fabriek voor trolleybuschassis van AEC en Leyland. De elektrische installaties kwamen van de English Electric Company (EEC).

Op 5 september 1949 werd lijn 1 op het traject Velp – Station Arnhem – Oranjestraat als eerste trolleybuslijn in gebruik genomen. In juni 1950 werd deze lijn verlengd naar het definitieve eindpunt bij het NS station in Oosterbeek.

De naam van het vervoerbedrijf werd gewijzigd van Gemeente Electrische Tram Arnhem (GETA) in Gemeente Vervoerbedrijf Arnhem (GVA). Bij het begin van de trolleydienst waren 8 trolleys beschikbaar (101-108), de overige 28 (109-136) werden tussen december 1949 en januari 1951 in dienst gesteld. In het achterste deel van de trolleybussen mocht worden gerookt.

In 1967 werd een begin gemaakt met de vervanging van deze trolleybussen die 17 jaar lang mede het Arnhemse stadsbeeld hadden bepaald. De nieuwe Leyland/Verheul trolleys van de series 151-158 en 159-166, die in de jaren 1967 t/m 1969 in dienst kwamen, werden voorzien van gereviseerde motoren en elektrische installaties uit BUT trolleys. Omdat de vervanging na 1969 stagneerde, mede door inkrimping van het trolleynet en er pas in 1974 weer nieuwe trolleys kwamen, duurde de afvoer van de oudste trolleys langer dan gepland en pas in april 1974 gingen de laatste twee, de 124 en 132, uit dienst!

Toen in 1972 de buitendienststelling van de 101 aanstaande was, deden enkele Nederlandse leden van de Engelse “National Trolleybus Association” aan het GVA het verzoek om de eerste Arnhemse trolleybus te mogen overnemen om deze voor het nageslacht te bewaren. Dat verzoek werd ingewilligd. Er was echter geen overdekte stalling voorhanden en zo vertrok op 1 december 1972 de 101 “tijdelijk” naar de tuin van een van de initiatiefnemers in Schaarsbergen. De bus had bij buitendienststelling 1.399.393 kilometer gereden. Naarstig werd gezocht naar betaalbare overdekte stallingruimte, echter zonder resultaat.

In 1982 nam chauffeur Piet van Leeuwen het initiatief om te proberen de 101 naar het GVA terug te halen en te restaureren. Hij wist GVA directeur A.T. Vogel te overtuigen en deze gaf toestemming voor de restauratie. Vogel had bij zijn aantreden in 1974 nog gezegd dat hij niets zag in museumbussen. De 101 ging op 1 december 1982, na precies 10 jaar, weer terug naar het GVA.

Met de restauratie, die deels door vrijwilligers werd uitgevoerd, werd in juni 1983 begonnen. Een aantal onderdelen werd gereviseerd, andere waren nog in het magazijn aanwezig en sommige werden nieuw gemaakt. Onder andere de buitenbeplating, de bekabeling en de vloer werden geheel vernieuwd. In mei 1984 was de restauratie voltooid. De 101 werd weer goedgekeurd voor personenvervoer. Wegens het niet meer aanwezig zijn van kentekenpapieren kreeg de bus in eerste instantie een nieuw, geel kenteken. In 1989 werd een kenteken in de reeks voor oldtimers verkregen en werden weer blauwe kentekenplaten aangebracht.

Op 6 juni 1984 reed de 101 voor het eerst na 12 jaar weer in de lijndienst op de op die dag in gebruik genomen trolleylijn 9, De Laar West – Geitenkamp. De 101 reed t/m 1990 ’s zondags in de zomermaanden in de gewone dienst van lijn 1. De 101 is nog steeds rijvaardig en o.a. beschikbaar voor verhuurde ritten.

Bovenleidingmontagewagen 2 (ex noodbus 6)

Dodge T110L D60, bouwjaar 1944 – Chassisnummer: 91091542 – Kenteken: PN-80-96

Carrosserie: Van Ravenhorst, Arnhem (1955) – Hefinstallatie: Geesink & Zn., Weesp

In dienst als bovenleidingmontagewagen: mei 1947 – uit dienst: 1977

Particulier eigendom

Na de Tweede Wereldoorlog was er grote behoefte aan vervoermiddelen. Het Arnhemse trambedrijf was verwoest en bussen waren er ook niet meer. Het eerste materieel waarover het Gemeentelijke Trambedrijf de beschikking kreeg, waren 10 Dodge vrachtauto’s die gebouwd waren voor het Canadese leger.

Op 8 oktober 1945 kwamen de Dodge’s als noodbus met de nummers 1-10 in dienst. Zij werden voorzien van een huif op de laadbak en houten banken. Er waren 18 zit- en 15 staanplaatsen. In augustus 1948 gingen de laatste twee uit dienst.

In mei 1947 werd de 6 verbouwd tot bovenleidingwagen met een montageopbouw op de laadbak, in 1955 werd de huidige carrosserie gebouwd. Noodbus 7 (de enige met het stuur links) werd op identieke wijze tot bovenleidingmontagewagen omgebouwd en kreeg het nummer 1. De 2 was (net als de 1) voorzien van een rode kleur met witte biezen, in 1971 werd hij geel geschilderd.

In 1978 ging de wagen naar een sloper, maar in 1982 werd hij gered.

Trolleybus Gent 11 (serie 1-20)

Van Hool AG280T-ACEC, bouwjaar 1987 – 46 zit- en 92 staanplaatsen

Kenteken: 627-AXA (Belgisch kenteken) – chassisnummer: YE228030N01A14987

In dienst: maart 1989 – uit dienst: 2008

Particulier eigendom, sinds 20 mei 2017 gestald in Arnhem

Na aandringen van de overheid om de trolleybus als nieuw Belgisch exportproduct te promoten en daardoor de binnenlandse economie te steunen, koos men er medio jaren 80 in Gent voor om van buslijn 3 een trolleybuslijn te maken. De trolleylijn van 8,5 kilometer lengte werd aangelegd op het traject P.T.T. Mariakerke – Korenmarkt – D.C. (Diensten Centrum) Gentbrugge. In 1984 werd een proeftrolleybus gebouwd. Het was een Van Hool AG280T met een elektrische installatie van ACEC (Ateliers de Constructions Électriques de Charleroi). De trolley heeft van maart tot en met begin augustus 1985 met het nummer 83 in het Duitse Solingen in de lijndienst gereden en is later gesloopt.

In 1987/88 bouwde Van Hool voor Gent een serie van 20 trolleybussen van het type AG 280T met ook een elektrische installatie van ACEC. Zij kregen de nummers 01-20 en hadden de Gentse kleuren wit en blauw met een geel/oranje bies onder de ramen. Bijzonder was de bestemmingsaanduiding aan de voorzijde. Op de bestemmingsfilm waren beide eindpunten, P.T.T. Mariakerke en D.C. Gentbrugge onder elkaar vermeld, een verlichte pijl gaf aan naar welk eindpunt de bus reed.   

Door diverse oorzaken werd de trolleylijn pas op 25 maart 1989 in gebruik genomen. Er werd maximaal om de 6 minuten gereden. Er waren plannen om lijn 3 te verlengen, maar daar is niets van terecht gekomen en de frequentie werd later ook verlaagd naar maximaal om de 7½ minuut.

In 1991 werden de trolleybussen in de De Lijn kleuren wit en grijs met gele banen geschilderd. In verband met wegwerkzaamheden waren er diverse perioden dat de trolleys niet konden rijden.

Vanaf medio 1996 werd een viertal Gentse trolleys verhuurd aan Arnhem waar grote behoefte was aan gelede trolleys voor lijn 5. In afwachting van de levering van 8 gelede trolleys, die later door de GVM in Arnhem bij Van Hool werden besteld, was er slechts 1 gelede trolleybus (de 201) beschikbaar. De Gentse 17, 15 en 10 kwamen in Arnhem met de nummers 225-227 in dienst maar gingen, omdat ze slecht voldeden, al na een jaar naar Gent terug. De vierde trolley, de Gentse 03, die het Arnhemse nummer 228 had, bleef tot medio 1999.

Nadat er in Gent eerst plannen waren voor de aanschaf van nieuwe trolleybussen viel echter in het voorjaar 2009 het besluit de trolleyexploitatie te beëindigen en met hybride bussen te gaan rijden. Op 14 juni 2009 reden de trolleys voor het laatst. Van de trolleybussen gingen de 01 t/m 03, 05 t/m 07, 09, 12 t/m 17, 19 en 20 naar Plovdiv in Bulgarije waar ze de nummers 120 t/m 134 kregen. In oktober 2012 werd daar de trolleybusexploitatie ook beëindigd.

Drie Gentse trolleys werden bewaard. De 08 werd museumbus bij de Belgische museumorganisatie META (eerst in rijvaardige staat, maar nu als statisch object) en de 11 bij een particulier in Luik. De 11 ging in 2012 tijdelijk naar Solingen en werd daar af en toe voor ritten gebruikt. In mei 2017 werd de 11 naar de SVA (later STA) stalling aan de Nieuwe Havenweg in Arnhem overgebracht. De 10 (ex Arnhem 227) is in België nog als plukwagen aanwezig.

Benzinebus 51 (oorspronkelijk 58, serie 52-58)

Ford Transit 149-59B/Verheul-Fokker, bouwjaar 1946 – 26 zit- en 14 staanplaatsen

Chassisnummer: 1006608 – provinciaal nummer: M-75910kenteken: NB-51-98

In dienst: 2-9-1947, uit dienst: 1962, daarna leswagen en vanaf 1968 Jeugdbibliobus

Eigendom: Stichting Veteraan Autobussen (SVA)

Na de 2e Wereldoorlog was er een groot tekort aan busmaterieel in Nederland. In 1946 importeerde Nederland 500 Ford buschassis. Ruim 100 stuks kwamen in dienst bij NS dochterondernemingen. De overige bij particuliere ondernemers en in (middel)grote steden. Diverse carrosseriebedrijven bouwden de carrosserieën. De Arnhemse stadsbussen met de nummers 52-58 werden gebouwd door Fokker. Fokker bouwde deze bus in licentie van Verheul daar de productiecapaciteit bij die fabriek te klein was om het Nederlandse autobuswagenpark weer op volle sterkte te brengen. Door de oorlog waren er immers vele bussen vernietigd of meegenomen door de Duitse bezetter. Fokker was niet de enige niet busbouwer die bussen vervaardigde. Ook Aviolanda en De Schelde deden dit.

De 51 is een Ford trambus met een carrosserie naar ontwerp van Verheul. De bus is in 1947 met het nummer 58 in dienst gekomen op de stadsdienst van Arnhem. Na een verbouwing medio jaren vijftig kreeg de 58 het nummer 51. In totaal beschikte het vervoerbedrijf over 14 bussen van dit type waarvan 8 met een carrosserie van Verheul-Fokker en 6 met een van Jongerius. 

Samen met zijn Brabantse soortgenoot, SVA museumbus 353, geeft deze wagen een goed beeld van het busmaterieel dat in de jaren veertig en vijftig zo kenmerkend was voor de stadsdiensten in veel gemeenten. Na zijn actieve leven op de stadsdienst heeft deze bus vanaf 1962 als lesbus gediend voor chauffeurs en als reservebus. Daarna werd hij omgebouwd tot Jeugdbibliobus.

In 1972 kwam de bus naar de SVA en werd in de jaren 80 gerestaureerd. De bij de ombouw tot bibliobus verwijderde uitstapdeuren waren nog aanwezig en werden teruggeplaatst. Helaas waren de stoelen en banken, op een paar exemplaren na, niet meer aanwezig. Er werden stoelen en banken uit BUT trolley 132, die in 1984 als plukbus voor de restauratie van de 101 werd gebruikt, in de 51 geplaatst. Deze zijn echter wat afwijkend en ook wat groter dan de oorspronkelijke.

Dieselbus 22 (serie 21-23)

Leyland-Verheul LVB668/Verheul, bouwjaar 1968 – 45 zit- en 42 staanplaatsen

Chassisnummer: 55-LVB-5033 – kenteken: ZJ-12-15

In dienst: 2-9-1968, uit dienst: medio 1981

Eigendom: SVA

In 1968 leverde Verheul 3 semi-integrale dieselbussen (21 t/m 23) af van het nieuwe standaard(streek)model. Deze hadden een interieur met aan beide zijden banken, totaal 45 zitplaatsen – dit i.v.m. de inzet op de stadsrondritten (die in 1969 voor het laatst reden) en op de lijn naar de Hoge Veluwe. Zij kwamen in dienst in augustus en september 1968.

In 1969 volgden de van een gebruikelijk stadsinterieur met 39 zitplaatsen voorziene 51 t/m 56 (in dienst tussen juli t/m november) en in 1970 de 57 t/m 63 (in dienst tussen juli t/m november). De deuren werden elektrisch bediend,  de 63 had echter met lucht bediende achterdeuren.

In mei 1981 werd de 23 verbouwd tot GVA Infobus, lichtblauw gespoten en na korte tijd vernummerd in 1; in 1984 werd deze bus verkocht. De 21 ging in september 1980 naar Burgers’ Safaripark en de 22 werd in oktober 1981 museumbus bij de Stichting MUSA, later bij de Stichting Bever en kwam uiteindelijk in de zomer van 2009 bij de SVA terecht.

© 2019 Stichting Trolleymaterieel Arnhem

Website ontworpen door Stojanowicz